Verkiezingen: zeven cruciale vragen aan het kandidatenduo

(12-06-2017) De tweede cyclus in de rector- en vicerectorverkiezingen nadert. Campagne voeren laten we over aan het kandidatenduo zelf; in het interview in deze nieuwsbrief leggen we hen enkele vragen voor die op de lippen van veel UGent’ers branden.

“We moeten vaker de boer op,” zegt kandidaat-rector Rik Van de Walle als we hem vragen naar de rol van de UGent in de samenleving. “De UGent moet actiever in de maatschappij staan”, treedt kandidaat-vicerector Mieke Van Herreweghe hem bij. Aan de vooravond van de tweede stemcyclus schoven we aan bij twee ambitieuze professoren.

Enkele maanden geleden stelden Rik Van de Walle en Mieke Van Herreweghe zich kandidaat voor de rector- en vicerectorverkiezingen aan de UGent. Vijf stemronden leverden echter niet de vereiste tweederdemeerderheid op. In de aanloop naar de tweede stemcyclus stelden Rik en Mieke een consensusprogramma op met hun vroegere tegenkandidaten Guido Van Huylenbroeck en Sarah De Saeger.

Dat consensusprogramma doet de laatste tijd nogal wat stof opwaaien aan de UGent. Velen stellen zich de vraag hoeveel ‘Rik en Mieke’ nog in dat programma zit?

Rik Van de Walle: “Alle punten uit ons originele programma zitten ook in het nieuwe programma. Bepaalde accenten zijn versterkt, zoals het belang van een vast postdoctoraal kader en de governance structuur. Die uitbreidingen hebben te maken met het programma van Guido en Sarah maar ook met de vele vragen die we en cours de route kregen van bijvoorbeeld de vakorganisaties en de AAP-geleding, en waarvan we de antwoorden in ons nieuwe programma hebben opgenomen. Het nieuwe programma is qua omvang dubbel zo lang als het programma waarmee we in de eerste cyclus naar de kiezer trokken. Het is ook inhoudelijk veel beter geworden, vind ik.”

Mieke Van Herreweghe: “Inderdaad, het programma is verrijkt, wat het gevolg is van overleg. Zo hebben we bijvoorbeeld duurzaamheid sterker als beleidsdomein opgenomen. We merkten tijdens de eerste stemcyclus dat dit thema bijzonder sterk leeft aan de UGent. Zelf hechten we daar ook belang aan maar we hadden het in ons eerste programma niet zo sterk uitgeschreven. In het nieuwe programma komt veel duidelijker tot uiting waar we komende jaren prioritair op willen inzetten. Want je kan niet alles doen.”

Vrijdag 2 juni besloot de raad van bestuur om de eventuele uitbreiding van het rectorale team door de werkgroep Governance te laten onderzoeken. Concreet zal er dus voor de start van de eerste stemronde geen uitsluitsel zijn of het team rond de toekomstige rector er zal komen of niet. Nochtans lijkt deze uitbreiding de basis te vormen van het consensusprogramma.

Rik Van de WalleAls UGent’ers straks op jullie stemmen, stemmen ze dan ook voor de uitbreiding van het rectorale team, en voor de concrete invulling die voorgesteld wordt?

Rik Van de Walle: “De vraag naar extra vicerectoren was altijd al een onderdeel van onze beleidsvisie. Wij hebben ook in alle toelichtingen op de faculteiten en aan de geledingen gepleit voor een versterking van het rectorale team, bij voorkeur via de creatie van extra vicerectoraten op thematische beleidslijnen. Er zijn andere mogelijkheden maar dit is ons voorkeurscenario, en dit staat los van de consensus of het wel of niet terugtrekken van kandidaten. In deze verkiezingen is er 1 duo kandidaat: Mieke en mezelf. UGent’ers stemmen voor ons als duo. Men stemt voor twee mensen, niet voor anderen, die een programma hebben dat tot stand is gekomen na overleg met anderen en waarin nadrukkelijk staat dat onze voorkeur uitgaat naar een versterking van het rectorale team.”

“Ook belangrijk om te weten is dat, indien er zou gekozen worden voor extra vicerectoraten, het niet de verkozen rector of vicerector zal zijn die zal bepalen wie die nieuwe vicerectoren zullen worden. Zij kunnen kandidaten voordragen maar het zal de raad van bestuur zijn die zal beslissen wie vicerector wordt, en dat zal persoon per persoon gebeuren. Elke kandidaat-vicerector zal individueel en inhoudelijk worden geëvalueerd door de raad van bestuur.”

Stel dat het rectorale team aan de UGent zou uitbreiden, wat is dan de concrete taak van de extra vicerectoren? En wat is het verschil met de huidige directeurs ?

Rik Van de Walle: “In ons programma zitten beleidslijnen die vernieuwend zijn en die bijzonder veel energie zullen vergen om uit te voeren. Diversiteit is een goed voorbeeld. We staan hier voor grote uitdagingen waarvoor je iemand nodig hebt die dit domein kan belichamen. Dat zal de taak zijn van de vicerectoren. Zij brengen het blikveld van de faculteiten tot op de hoogte van het rectorale niveau, en vice versa. Ze hebben een verbindende rol.”

“Al te vaak heb ik beleidsvoorstellen zien landen in de raad van bestuur en niet of onvoldoende zien doorsijpelen naar de faculteiten, en dat is jammer. Wij zien de vicerectoren ook als ‘passanten’, tijdelijk in hun functie, terwijl de directeurs blijvers zijn. De vicerectoren zullen initiëren, de directeurs zorgen ervoor dat beleidslijnen structureel worden. De vicerectoren zullen ook niet de directies gaan leiden, laat daar geen misverstand over bestaan!”

Rik Van de Walle: “Voor mij is de kern van de werking van de universiteit niet het rectoraat maar wel wat zich afspeelt in de faculteiten. Het rectoraat, inclusief de rector, hoort ten dienste te staan van de activiteiten in de faculteiten. Het facultaire blikveld moet primeren. En nu zie ik te vaak dat het afwezig is.”

En wat met de beheerders?

Rik Van de Walle: “De beheerders staan voor de continuïteit van de beleidsvoering van de hele universiteit. Ze staan ook voor de integratie van onze tien directies. Ze vormen samen met de rector een team om gesprekken aan te knopen met andere universiteiten, met de overheid, … Zoals bijvoorbeeld over het nieuwe financieringsdecreet over het hoger onderwijs dat eraan komt.”

“Het rectorale team bestaat voor mij uit de rector, vicerector of eventuele vicerectoren, de beheerders en de tien directeurs. We moeten echt af van de tussenschotten die tussen de directies bestaan.”

Stel dat een UGent’er volgende week zijn stemrecht wil gebruiken maar geen tijd heeft om volledig door jullie programma te gaan, welke programmapunten moet hij of zij dan zeker weten om een doordachte keuze te kunnen maken?

Mieke Van Herreweghe: “Vertrouwen en maatschappelijke betrokkenheid zijn en blijven de rode draad in ons programma. Dat uit zich op verschillende manieren. Zo zit vertrouwen in alle vormen van evaluatieprocessen, zowel bij studenten als bij personeel. Het is een prioriteit voor ons om daar toch het een en ander te kunnen veranderen."

Mieke Van Herreweghe: "Maar ook onze betrokkenheid bij de samenleving moet beter, weg van de ivoren-toren-mentaliteit. De universiteit moet echt actief in de maatschappij staan.”

Rik Van de Walle: “De universiteit moet een baken zijn van onafhankelijke kenniscreatie en heeft ook een rol te spelen in het becommentariëren van wat er zich in de maatschappij afspeelt, en dat vanuit verschillende blikvelden. Omgekeerd moeten we inspelen op grote maatschappelijke uitdagingen en ons door de maatschappij laten voeden. Duurzaamheid is een goed voorbeeld, werkbaar werk is een ander. Ook diversiteit is een vorm van maatschappelijke betrokkenheid. In onze leszalen zit geen representatie van de maatschappij, en dat is echt onaanvaardbaar.”

“Onze onafhankelijkheid is ook een vorm van maatschappelijke betrokkenheid. De universiteit is nog één van de weinige plekken waar vrijdenken nog kan en waar jongeren geleerd wordt hoe belangrijk dit is. De leiders in de maatschappij van morgen zijn onze studenten van vandaag. We hebben daar als universiteit een cruciale vormende rol.”

Mieke Van HerrewegheMieke Van Herreweghe: “Ook diversiteit is een prioriteit voor ons. Zo hebben we sedert drie jaar in de faculteiten diversiteitsteams maar we voelen dat er te weinig vertaling is naar het beleid toe. Waar nu bijvoorbeeld sterk op wordt ingezet, is het academisch Nederlands. Dat is inderdaad belangrijk, maar het is zeker niet het enige probleem. Door hierop te focussen werkt het wel stigmatiserend, en dat is nu net wat je niet moet doen in een diversiteitsbeleid. Het ondernemen van acties die voor een hele groep positief kunnen zijn, is belangrijk.”

Rik Van de Walle: “De ambitie van de universiteit om mensen uit diverse milieus naar ons te laten komen lijkt mij ook te hoog gegrepen. De universiteit zou veel vaker zelf naar de maatschappij moeten gaan, naar kansarme buurten, naar migratiebuurten. We moeten vaker de boer op, vind ik.”

Mieke Van Herreweghe: “Een diversiteitsbeleid moet je ontwikkelen in nauwe samenwerking met bijvoorbeeld mensen met een migratieachtergrond. Vanuit mijn eigen onderzoek in de dovengemeenschap kan ik daar parallellen trekken. Het NOOZO-principe - niets over ons zonder ons- is daarbij belangrijk: betrek de kansengroep volop bij de ontwikkeling van je beleid. Dat zouden we veel meer moeten doen.”

Terug naar de actualiteit: binnen een week start de eerste stemronde van de tweede cyclus. Hoe kijken jullie naar de komende weken?

Rik Van de Walle: “Deze week voeren we nog volop campagne. We gaan overleggen en met UGent’ers in gesprek treden. Dan komt de eerste stemronde. Ik hoop écht dat we de tweederdemeerderheid direct halen. De 20e wordt dus een spannende dag. Als we verkozen zijn, gaan we ons volop voorbereiden op 1 oktober. Ik vind het daarbij belangrijk dat de zittende rector en vicerector in de cockpit blijven tot en met de laatste dag van hun mandaat, en daar ook in erkend worden. Ik hoop ook dat zij na 1 oktober beschikbaar blijven om de UGent te representeren en op ad hoc basis samen te werken met het nieuwe rectorale team. Ik ben er echt van overtuigd dat dit moet kunnen, hoewel de UGent niet de traditie heeft om gewezen rectoren, vicerectoren maar ook bijvoorbeeld decanen, nog echt in te zetten in haar beleid. Ik wil dat graag keren.”